Binnenkort gaat een vriendin van mij trouwen. Met het vrijgezellenfeest net achter de rug, heb ik nu al zin in de huwelijksdag. Hopelijk een zonnige dag, vol liefde en met het jawoord (en het feest natuurlijk!) als hoogtepunt. Want wat is er mooier dan twee mensen die de rest van hun leven met elkaar willen doorbrengen?
In mijn praktijk is dit anders, helaas zie ik echtgenoten pas op het moment dat ze uiteen gaan. ‘Tot de dood ons scheidt’ verandert dan in ‘tot de echtscheiding is uitgesproken’.
Vroeger was het instituut huwelijk een vanzelfsprekendheid. Scheiden was uit den boze, dat deed je gewoonweg niet. Er werd geprobeerd zo lang mogelijk vast te houden aan de bekende zin uit sprookjes: ‘en ze leven nog lang en gelukkig’ .Tegenwoordig is dit anders. Is de relatie tussen partijen over, dan blijft het huwelijk als instituut ook niet meer in stand en wordt de juridische situatie aangepast aan de feitelijke situatie.
De onvoorwaardelijke liefde die je het ene moment voor je partner kan voelen, kan het andere moment veranderd kan zijn in bijvoorbeeld verdriet en woede. Er wordt niet voor niets vaak gezegd dat de mensen van wie je houdt, je ook het meeste pijn kunnen doen. Zoals Doe Maar het in hun grote hit zei: ‘Liefde is een vreemde ziekte’!
Niet alleen op juridisch vlak, maar ook op emotioneel vlak is de familierechtpraktijk dan ook verre van saai te noemen. Het familierecht blijft daardoor voor mij een interessant en dynamisch rechtsgebied. Ik probeer samen met cliënten stappen vooruit te zetten, zodat ze weer vol goede moed de toekomst (met liefde en een tweede huwelijk misschien?) tegemoet kunnen gaan.