Uitsluitingsclausule bij erfenis of schenking: alsnog afrekenen bij echtscheiding?

Het komt regelmatig voor dat één van de echtgenoten een geldbedrag ontvangt uit een erfenis of schenking. Aan deze erfenis of schenking is vaak een uitsluitingsclausule verbonden. Dat betekent dat de erflater of schenker bepaalt dat het geldbedrag uitsluitend aan die ene echtgenoot toekomt en, bijvoorbeeld, niet in een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen valt.

In de praktijk gaan echtgenoten helemaal niet zo strikt met deze uitsluitingsclausule om. Het ontvangen geldbedrag komt, bijvoorbeeld, op een gemeenschappelijke bankrekening terecht of wordt aangewend voor gemeenschappelijke uitgaven. Er wordt een keer vaker op (een extra luxe) vakantie gegaan, wat vaker genoten van een lekker etentje of de tuin wordt eens goed onder handen genomen want ‘nu kan het’. Samen genieten staat op dat moment voorop.

Dit wordt anders als het huwelijk in zwaar weer terecht komt en er een echtscheiding volgt. In die situaties ontstaat discussie: heeft de echtgenoot die de erfenis of schenking heeft ontvangen alsnog recht op deze schenking of erfenis? Als deze erfenis nog op een afzonderlijke bankrekening staat is het antwoord vaak wel duidelijk: dan is dat bedrag van de betreffende echtgenoot en hoeft dat niet te worden verdeeld. Maar hoe zit het als deze erfenis niet meer traceerbaar is omdat deze op een gemeenschappelijke rekening is gestort of is benut voor gemeenschappelijke uitgaven, zoals die heerlijke vakantie?

Uitsluitingsclausule bij erfenis of schenking

In de rechtspraak ontstonden over dit onderwerp twee stromingen. Enkele gerechtshoven hanteerden het uitgangspunt ‘op is op’. Andere gerechtshoven hanteerden het uitgangspunt dat er onverminderd aanspraak gemaakt kon worden op de erfenis of schenking omdat de erflater of schenker nu eenmaal had bepaald dat het geld enkel en alleen aan de betreffende echtgenoot mocht toekomen. De Hoge Raad heeft recentelijk een belangrijke uitspraak gedaan en heeft daarbij de visie gevolgd dat de echtgenoot die de erfenis of schenking heeft ontvangen recht heeft op terugbetaling daarvan.

Wat betekent dit in de praktijk? Ter verduidelijking enkele voorbeelden:

Voorbeeld 1:

Erik en Ria zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Ria ontvangt een schenking onder uitsluitingsclausule van € 30.000,00. Ria en Erik gaan op enig moment scheiden. Het bedrag van € 30.000,00 staat op een aparte rekening en is op het moment van scheiding nog volledig aanwezig. Er is daarnaast een koopwoning. 

In deze situatie behoudt Ria bij scheiding het volledige bedrag van € 30.000,00 omdat dit bedrag niet in de gemeenschap is gevallen. De rest van het vermogen, o.a. de overwaarde in de woning, moet bij helfte tussen partijen worden gedeeld.

Voorbeeld 2:

De door Ria ontvangen schenking onder uitsluitingsclausule van in totaal € 30.000,00 komt terecht op de gemeenschappelijke rekening en wordt benut voor allerlei gemeenschappelijke en consumptieve uitgaven, o.a. vakanties. Op het moment van scheiding is het saldo op de gemeenschappelijke bankrekening (vrijwel) nihil. De woning wordt verkocht en de overwaarde bedraagt € 50.000,00.

Hoe moet nu worden omgegaan met de door Ria ontvangen schenking? Op het moment van scheiding is daarvan feitelijk niets meer over. Volgens de visie van de Hoge Raad ontvangt Ria uit de opbrengst van de woning eerst een bedrag van € 30.000,00 ter compensatie van de door haar ontvangen schenking.  Het restant van € 20.000,00 wordt vervolgens bij helfte gedeeld. Ria ontvangt dus per saldo € 40.000,00 uit de overwaarde van de woning en Erik ontvangt slechts € 10.000,00.

Voorbeeld 3:

Dezelfde situatie: het saldo op de gemeenschappelijke bankrekening is op het moment van scheiding (vrijwel) nihil. De woning wordt verkocht en er is géén overwaarde.

Ook nu is er op het moment van echtscheiding is niets meer over van de schenking. Partijen hebben op het moment van scheiden feitelijk geen enkel vermogen (meer). Volgens de leer in de jurisprudentie heeft Ria in dat geval een vordering op Erik ten bedrage van € 15.000,00 (de helft van de door haar ontvangen schenking).  Erik moet Ria dus nog € 15.000,00 betalen op het moment van scheiding.

De Hoge Raad heeft nu dus koers bepaald en aangegeven welke stroming gevolgd moet worden. Daarmee is de hoofdregel dat een ontvangen schenking of erfenis onder uitsluitingsclausule bij scheiding nog moet worden meegenomen. De onduidelijkheid in de rechtspraak is daarmee grotendeels verleden tijd, maar met name de situatie in het laatste voorbeeld kan voor een gevoel van onrechtvaardigheid zorgen.

Op de hoofdregel zijn uitzonderingen mogelijk. Zo kunnen partijen afspreken dat bij scheiding géén rekening meer wordt gehouden met de ontvangen schenking. Ook kan het zijn dat de schenking uit noodzaak is aangewend voor de kosten van de huishouding omdat er onvoldoende inkomen beschikbaar was.  Daarbij geldt wel dat de andere partij (in de hierboven genoemde situaties is dat Erik) zal moeten stellen en bewijzen dat van een uitzonderingsituatie sprake is. 

Vragen over de uitsluitingsclausule?

Voor meer informatie kunt u terecht bij Imke Gerrits van Goorts en Coppens Advocaten.

Mail: i.gerrits@gca.nl

Telefoon: 0493-331477

Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Wil je op de hoogte blijven van de juridische ontwikkelingen? Meld je dan GRATIS aan voor dé juridische nieuwsbrief!

Meld je aan voor de nieuwsbrief!


Gepubliceerd op 

29 april 2019