Touwtrekken om fosfaatrechten: melkveehouder vs. opfokker

Onlangs heeft de rechtbank Noord-Nederland in kort geding (uitspraak) geoordeeld over de vraag aan wie fosfaatrechten toekomen in de relatie melkveehouder – opfokker. Deze vraag is momenteel trending topic in de agrarische sector, omdat de wet fosfaatrechten toekent aan de houder van de dieren (veelal de opfokker) en niet aan de eigenaar (de melkveehouder). Melkveehouders die op de peildatum (2 juli 2015) vee hadden uitgeschaard, lopen daardoor nu fosfaatrechten mis en kunnen daardoor minder dieren houden, met soms aanzienlijk financieel nadeel tot gevolg. De wet treft daarvoor geen voorziening en laat het aan agrarisch ondernemers over om er samen uit te komen wie (een gedeelte van) de fosfaatrechten krijgt. Dat ondernemers daar niet altijd gezamenlijk uitkomen, ligt voor de hand. De verwachting is daarom dat er veel over dit onderwerp geprocedeerd gaat worden. De kwestie bij de rechtbank Noord-Nederland biedt een eerste kijk op hoe de rechter tegen dit probleem aankijkt.

Wat was er aan de hand?

De zaak ging over de situatie zoals hierboven geschetst. De melkveehouder en de opfokker hadden in dit geval echter specifiek afgesproken: ‘Mochten er tussentijds veranderingen komen vanaf het ministerie oid bijv dierrechten of vergoedingen in geval van ruiming (mkz of andere ziekten) dan zijn deze voor de melkveehouder.’ De melkveehouder stelt dat hij ‘dierrechten’ als ruime term in de afspraak heeft opgenomen en dat hij daarmee ook fosfaatrechten bedoelde, waardoor de fosfaatrechten van hem zijn. De opfokker stelt dat fosfaatrechten geen dierrechten zijn en dat hij daardoor aanspraak kan maken op de fosfaatrechten.

Wat vindt de rechter?

De rechter oordeelt dat het gaat om de uitleg van de afspraak tussen beide partijen. Daarvoor moet worden gekeken naar wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten toen zij de afspraak maakten. De rechter stelt vast dat de melkveehouder en de opfokker de afspraak zonder juridische bijstand hebben gemaakt, waardoor veel gewicht toekomt aan de bedoeling van partijen. De rechter leidt uit de zinsnede ‘komen vanaf het ministerie oid’ af dat de melkveehouder niet alleen dierrechten, maar bijvoorbeeld ook fosfaatrechten bedoelde. Dat betekent volgens de rechter dat de fosfaatrechten op basis van de gemaakte afspraak toekomen aan de melkveehouder in plaats van de opfokker. De opfokker moet de fosfaatrechten voor de uitgeschaarde dieren daardoor afstaan aan de melkveehouder.

Wat betekent dat voor andere melkveehouders en opfokkers?

De vraag aan wie de fosfaatrechten toekomen is onder meer afhankelijk van wat er is afgesproken. Ook de situatie dat geen afspraken zijn gemaakt tussen melkveehouders en opfokkers doet zich voor en zal in de toekomst tot rechtspraak leiden. Als melkveehouders en opfokkers de fosfaatrechten niet onderling kunnen verdelen, zijn zij aangewezen op de rechter. Die zal vervolgens iedere zaak op de eigen merites moeten beoordelen. Het getouwtrek om fosfaatrechten is dus nog maar net begonnen en zal voorlopig ook nog niet afgelopen zijn.


Gepubliceerd op 

12 april 2018