Toezeggingen door de overheid, daar moet je toch op kunnen vertrouwen?

Een bouwinspecteur staat op je erf vanwege een kleine schuur die je hebt gebouwd zonder vergunning. Na een rondje over het erf en een gesprek van een paar minuten geeft de bouwinspecteur aan dat er toch niet wordt gehandhaafd tegen de schuur op je erf. Enkele weken later krijg je tot je verrassing een brief van de gemeente dat je gebouwde schuur weg moet. Wat nu? De bouwinspecteur had richting jou de indruk gewekt via een toezegging dat de schuur mocht blijven staan.

Toezegging door de overheid - vertrouwensbeginsel

Vertrouwensbeginsel

In het bestuursrecht geldt het zogeheten ‘vertrouwensbeginsel’. Simpel uitgelegd betekent dit dat als de overheid bepaalde toezeggingen doet, je daarop moet kunnen vertrouwen. Dit betekent dat gerechtvaardigde verwachtingen die zijn opgewekt door bepaalde toezeggingen zoveel mogelijk moeten worden geaccepteerd. De overheid zal de toezeggingen dan ook zoveel mogelijk moeten nakomen. Denk bijvoorbeeld aan een toezegging door een bouwinspecteur zoals hierboven, maar  denk bijvoorbeeld ook aan een toezegging dat niet handhavend wordt opgetreden tegen buitenopslag (als dit bijvoorbeeld eigenlijk niet mag volgens de regels die gelden). Ook kun je denken aan bepaalde uitlatingen van een wethouder die de indruk wekken dat het de opvatting is van het college van burgemeester en wethouders.

Lange tijd werd door een rechter dit beginsel vooral door de bril van de overheid getoetst. Recent heeft de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een ‘ommezwaai’ gemaakt. Dit leidt ertoe dat het beginsel nu meer wordt getoetst door de bril van de burger. Dat is natuurlijk positief en juichen wij toe. Want dit betekent dat er meer ruimte komt om je met succes te beroepen op het beginsel.

Beoordeling vertrouwensbeginsel

De hoogste bestuursrechter heeft aangegeven dat een beroep op het vertrouwensbeginsel beoordeeld moet worden volgens drie stappen:

  1. Kan een uitlating of gedraging van de overheid worden aangemerkt als een toezegging?
    Bij deze vraag gaat het erom of sprake is van toezegging. Hieronder kunnen ook uitlatingen/gedragingen vallen die niet direct toezeggingen zijn. Het gaat er vooral om dat het een handeling is waaraan je een bepaald vertrouwen kan ontlenen.
     
  2. Kan die toezegging worden toegerekend aan het bevoegde bestuursorgaan, zoals de minister, burgemeester of burgemeester en wethouders?
    De tweede vraag gaat erover of je op goede gronden mocht veronderstellen dat de toezegging de opvatting van het bevoegde orgaan weergeeft. Kan je die vraag met ‘ja’ beantwoorden, dan kan de toezegging worden toegerekend aan het bestuursorgaan.
    De betreffende hoogste bestuursrechter heeft nu aangegeven dat deze vraag nog meer vanuit burgerperspectief beantwoord moet worden. Dit betekent dat sneller sprake is van een gerechtvaardigd vertrouwen. Dit wil niet gelijk zeggen dat je beroep op het beginsel ook gelijk slaagt. Daarvoor moet vraag 3 nog positief worden beantwoord.

    Welke toezeggingen in elk geval niet aan een bestuursorgaan kan worden toegerekend zijn toezeggingen van medewerkers die in zijn algemeenheid slechts algemene informatie behoren te verstrekken. Denk bijvoorbeeld aan een baliemedewerker.
     

  3. Moet het door de overheid gewekte vertrouwen worden nagekomen?
    Het vertrouwensbeginsel betekent niet dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden gehonoreerd. Daarvoor is een belangafweging nodig. Als er zwaarder wegende belangen zijn dan slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet. Zwaarder wegende belangen kunnen bijvoorbeeld zijn dat er in strijd met de wet, het algemeen belang of belangen van derden zou worden gehandeld als de toezegging wordt nagekomen. In zo’n geval hoeven de opgewekte verwachtingen dus niet zonder meer te worden nagekomen. Het is wel zo dat, het bestuursorgaan wel verplicht kan zijn om eventuele schade te vergoeden die er zonder het gewekte vertrouwen niet zou zijn geweest.

Conclusie

Duidelijk is dat sneller kan worden geconcludeerd dat sprake is van een gerechtvaardigd vertrouwen. Of uiteindelijk de toezegging moet worden nagekomen, hangt af van de vraag of er redenen zijn om de toezeggingen niet na te komen. Als die er zijn dan zal het bestuursorgaan moeten afwegen welke belangen het nu belangrijker vindt.

Advies

Zorg dat je alert bent op toezeggingen vanuit de overheid. Want als de toezegging niet wordt nagekomen kan een beroep op het vertrouwensbeginsel een mogelijke uitweg zijn. We helpen en adviseren je hier uiteraard graag bij. Ook kunnen we dan samen met je kijken naar de mogelijkheden voor eventuele schadevergoeding, mocht dat aan de orde zijn. 

Neem contact op

Je kunt hierover contact opnemen met:

Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Wil je op de hoogte blijven van de juridische ontwikkelingen? Meld je dan GRATIS aan voor dé juridische nieuwsbrief!

Meld je aan voor de nieuwsbrief!


Gepubliceerd op 

27 juni 2019