Hoge Raad geeft meer duidelijkheid over hoogte billijke vergoeding

In 2015 is met de vernieuwing van het ontslagrecht de billijke vergoeding ingevoerd. Tot voor kort bestond veel onduidelijkheid over de hoogte van deze vergoeding. Met zijn arrest van 30 juni 2017 heeft de Hoge Raad handvatten geboden voor het bepalen van de hoogte.

Wat is de billijke vergoeding?

De billijke vergoeding is een extra vergoeding die de rechter aan een werknemer kan toekennen als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever, vaak naast de transitievergoeding. De rechter kan op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever vernietigen, of op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding toekennen. Dat kan onder andere wanneer de werkgever in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd zonder de vereiste schriftelijke instemming van de werknemer. De vergoeding wordt slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegekend.

Nieuwe uitgangspunten

In de WWZ staat niet opgenomen hoe rechters de hoogte van de billijke vergoeding moeten bepalen. Hierdoor gaan rechters verschillend om met deze ontslagvergoeding. De Hoge Raad heeft in zijn recente uitspraak een aantal uitgangspunten geformuleerd voor de hoogte van de vergoeding. Hierdoor is nu duidelijker hoe de hoogte van de vergoeding moet worden bepaald.

De hoogte van de vergoeding moet aansluiten bij de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad heeft ten eerste geoordeeld dat bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding rekening gehouden mag worden met de gevolgen voor de werknemer. Deze gevolgen moeten echter wel toe te rekenen zijn aan het verwijtbare gedrag van werkgever. Volgens de Hoge Raad moet onder andere gekeken worden naar:

  • het loon van werknemer als de opzegging zou zijn vernietigd;
  • de vraag of de werknemer ander werk heeft, de inkomsten die hij hieruit geniet en andere (toekomstige) inkomsten;
  • de mate waarin werkgever een verwijt valt te maken van de vernietiging;
  • of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze zou hebben mogen beëindigen en op welk moment deze dan beëindigd had kunnen worden.

Ook werd geoordeeld dat de vergoeding geen bestraffend karakter heeft.

Deze uitspraak van de Hoge Raad levert wat meer duidelijkheid op, al is de hoogte van de billijke vergoeding nog steeds afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, waardoor het nog steeds nodig is dat rechters hier zelf invulling aan geven.


Gepubliceerd op 

31 juli 2017