Fipronil-crisis: is de Nederlandse Staat aansprakelijk?

Groot alarm in de pluimveesector

In de zomer van 2017 was er groot alarm in de Nederlandse pluimveesector. Er bleken pluimveebedrijven te zijn die hun stallen hadden laten reinigen door twee reinigingsbedrijven die werkten met het verboden middel fipronil (vaak zonder dat de pluimveebedrijven dit wisten). Fipronil is een bestrijdingsmiddel dat wordt gebruikt tegen bloedluis. Bloedluis is een mijt die bloed uit kippen zuigt, hetgeen kan leiden tot verminderde eierproductie en vatbaarheid voor ziekten.

Fipronil crisis eiercrisis

Fipronil schadelijk voor gezondheid

Hogere gehaltes fipronil kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Dat was aanleiding voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) om op 30 juli 2017 een publiekswaarschuwing te geven, waarin stond dat de consumptie van eieren die mogelijk besmet waren met fipronil een acuut gevaar voor de gezondheid opleverde. Ouders werd afgeraden om kinderen eieren te laten eten die mogelijk besmet waren met fipronil. De NVWA blokkeerde een groot aantal pluimveebedrijven omdat die ervan verdacht werden besmet te zijn met fipronil. Miljoenen eieren en kippen werden vernietigd, hetgeen leidde tot lege schappen in de supermarkten en enorme schade voor de pluimveehouderij. De schade voor de gehele sector werd geschat op 65 tot 75 miljoen euro.

NVWA wist van fipronilgebruik

Saillant detail was dat de NVWA al in 2016 meldingen had gekregen over het gebruik van fipronil door de twee reinigingsbedrijven. De NVWA besloot toen echter geen directe actie te ondernemen, terwijl dat op basis van de eerdere meldingen al wel mogelijk was. Dat nam een groot aantal pluimveehouders de NVWA kwalijk. De pluimveehouders vonden dat de NVWA onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig maatregelen te nemen, door niet tijdig informatie over fipronilgebruik te verstrekken en door consumenten af te raden om eieren te eten. De pluimveehouders wilden hun geleden schade vergoed zien en stapten naar de rechter. Die heeft inmiddels uitspraak gedaan.

Wat vond de rechtbank?

De rechtbank was het niet eens met de pluimveehouders dat de NVWA haar toezichthoudende rol niet goed had vervuld. De rechtbank vond dat de NVWA niet in 2016 al maatregelen hoefde te nemen, omdat er toen nog onderzoeken moesten worden gedaan naar het gebruik van fipronil in de pluimveehouderijsector. De NVWA was dus niet te laat door pas in de zomer van 2017 maatregelen te nemen. Daarbij wees de rechtbank erop dat de NVWA de vrijheid heeft om te beoordelen welke maatregelen op een bepaald moment wenselijk zijn. De rechtbank toetst die maatregelen terughoudend.

Ook vond de rechtbank dat de NVWA geen plicht had om pluimveehouders te waarschuwen. Het is volgens de rechtbank onduidelijk wie de NVWA in zo’n geval zou moeten waarschuwen en waarvoor er precies zou moeten worden gewaarschuwd. Een algemene waarschuwing had volgens de rechtbank het strafrechtelijk onderzoek in de weg gezeten dat liep tegen de twee reinigingsbedrijven, waardoor ook een algemene waarschuwing niet nodig was. Verder wijst de rechtbank op de eigen verantwoordelijkheid van pluimveehouders om de middelen te controleren die worden gebruikt in hun stallen.

Ten slotte vond de rechtbank de uitspraken van de NVWA, waarin de NVWA onder meer afraadde om eieren te eten, niet onrechtmatig. De rechtbank vond die uitlatingen weliswaar ongelukkig, maar geen reden voor schadevergoeding. Er was volgens de rechtbank namelijk voldoende reden tot zorg.

Gevolgen voor de pluimveehouders?

De rechtbank heeft duidelijk gemaakt dat de NVWA niet onrechtmatig handelde ten opzichte van de pluimveehouders. De NVWA heeft haar toezichthoudende taken voldoende in acht genomen, hoefde de pluimveehouders niet te waarschuwen en mocht uitlatingen doen over de consumptie van eieren. Er is volgens de rechtbank dan ook geen reden tot vergoeding van de schade die pluimveehouders hebben geleden als gevolg van de fipronil-crisis. Daardoor staan de pluimveehouders (in ieder geval op dit moment) met lege handen. De pluimveehouders hebben overigens wel de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Of dat ook gebeurt, is op dit moment onduidelijk.

Vragen?

Heeft u vragen over aansprakelijkheid als gevolg van overheidshandelen, neem dan contact op met:


Gepubliceerd op 

16 juli 2019