Duidelijkheid over betalen van transitievergoeding

De Hoge Raad schept duidelijkheid over het betalen van transitievergoeding als in de cao ook een vergoedingsregeling is opgenomen.

Inmiddels is het aardig ingeburgerd bij werkgevers dat zij vanaf juli 2015 aan de werknemer een transitievergoeding dienen te betalen indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en, kort gezegd, de werkgever het initiatief heeft genomen tot het beëindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.

De transitievergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor de gevolgen van het ontslag en anderzijds om de werknemer met behulp van de hiermee gemoeide financiële middelen in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken.

‘Gelijkwaardige voorziening’ in cao

In de wet is opgenomen dat een werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is, indien in de tussen partijen geldende cao een 'gelijkwaardige voorziening' is opgenomen.

Of een financiële voorziening in een CAO een gelijkwaardige voorziening is zoals bedoeld in art. 7:673b BW, hangt af van alle omstandigheden van het geval. De Hoge Raad heeft hier op 29 maart 2019 meer duidelijkheid over gegeven:

Bij de beoordeling of een in een cao opgenomen voorziening gelijkwaardig is aan de wettelijke transitievergoeding, is uitgangspunt dat een vergelijking wordt gemaakt tussen de op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gekapitaliseerde potentiële waarde van de voorziening waarop de desbetreffende werknemer volgens de cao wegens die beëindiging recht heeft, en de transitievergoeding waarop die werknemer volgens de wettelijke regeling recht zou hebben. Dit maakt het mogelijk om ook voorzieningen die in fasen worden gerealiseerd en waarvan het eindtijdstip onzeker is (zoals periodieke betalingen die zijn gekoppeld aan een concrete periode van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) direct te onderzoeken op gelijkwaardigheid aan de wettelijke transitievergoeding, hetgeen gewenst is in verband met de vervaltermijn van art. 7:686a lid 4, aanhef en onder b, BW. Ook overigens verzet de rechtszekerheid zich ertegen dat pas geruime tijd na het einde van het dienstverband – wanneer een voorziening blijkt te zijn ‘uitgewerkt’ – kan worden bepaald of die voorziening gelijkwaardig was aan de transitievergoeding.

Ook geldt het feit dat een voorziening al vóór juli 2015 in een op dat moment tussen partijen geldende cao was opgenomen, niet uitsluit dat die voorziening ná juli 2015 wordt aangemerkt als een aan de wettelijke transitievergoeding gelijkwaardige voorziening.

Meer weten over de transitievergoeding?

Wil je weten of de vergoeding zoals opgenomen in de CAO in jouw branche aangemerkt kan worden als een gelijkwaardige voorziening?

Neem contact op met een van de advocaten van team Arbeid:

Of bel naar 0493-352070

Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Wil je op de hoogte blijven van de juridische ontwikkelingen? Meld je dan GRATIS aan voor dé juridische nieuwsbrief!

Meld je aan voor de nieuwsbrief!

 


Gepubliceerd op 

10 mei 2019