(Commercieel) Vastgoed
Algemene voorwaarden bij aanneemovereenkomsten
|
In algemene voorwaarden is vaak een bepaling opgenomen met een vervaltermijn. Zo ook in de AVA 1992, de algemene voorwaarden bij aannemingen (AVA) die door veel aannemers worden gehanteerd. Aannemers zijn na oplevering van een werk of na het verstrijken van de onderhoudstermijn in beginsel ontslagen van de aansprakelijkheid van gebreken die een opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. Wel zijn aannemers gedurende bepaalde termijnen aansprakelijk voor verborgen gebreken. Het gaat hier vaak om fatale termijnen. De praktijk leert dat veel opdrachtgevers niet of onvoldoende bewust blijken te zijn van deze valkuil.
Vervaltermijn
Bij een ‘normaal’ gebrek bedraagt de vervaltermijn vijf jaar en bij een ernstig gebrek is de termijn tien jaar na het verstrijken van de onderhoudstermijn, zo staat in de AVA. In de AVA is verder te lezen dat sprake is van een ernstig gebrek, als het gebrek de hechtheid van het gebouw of van een essentieel onderdeel daarvan in gevaar brengt. Nu lijkt vijf respectievelijk tien jaar een lange tijd, maar wanneer die termijn eenmaal voorbij is, kan dit grote gevolgen hebben voor de opdrachtgever. In dit artikel wordt een uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw van 7 december 2010 behandeld. Deze uitspraak toont de verstrekkende gevolgen van het laten verstrijken van een vervaltermijn.
Aansprakelijkheid
De feiten in de zaak waren in het kort als volgt: opdrachtgevers hadden in maart 1997 een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een huis. Nadat oplevering heeft plaatsgevonden in november 1997, constateren de opdrachtgevers in de opvolgende jaren steeds meer tekortkomingen. De opdrachtgevers laten de gebreken onderzoeken door deskundigen. In 2005 worden twee rapportages uitgebracht. Deze rapportages worden doorgestuurd naar de aannemer. De aannemer wordt in augustus 2005 aansprakelijk gesteld. De aannemer wijst aansprakelijkheid af. Nog binnen de termijn van tien jaar en dertig dagen (de onderhoudstermijn op grond van de AVA 1992) starten de opdrachtgevers een procedure bij de rechtbank. De rechtbank verklaart zich niet bevoegd, waarna de opdrachtgevers een procedure starten bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw.
Raad van arbitrage
De aannemer heeft in de procedure gesteld dat de opdrachtgevers te laat waren met hun vordering, omdat de vordering buiten de vervaltermijn uit de algemene voorwaarden valt. De Raad volgt de aannemer hierin, met als belangrijke overweging dat de opdrachtgevers, die bovendien juridische bijstand hadden, wisten of hadden moeten weten dat niet de rechtbank maar de Raad van Arbitrage bevoegd was. Dit staat namelijk in de AVA 1992 en de aannemer had hen daar zelfs nog op gewezen.
Uit deze uitspraak blijkt dat contractuele vervaltermijnen zoals van de AVA 1992, fatale termijnen zijn. Voor de aannemer heeft het verstrijken van een dergelijke termijn tot gevolg dat hij niet meer verplicht kan worden om de gebreken te herstellen.
Voor meer informatie over algemene voorwaarden bij aanneemovereenkomsten kunt u contact opnemen met Wesley Rhoe, vakgroepvoorzitter Vastgoed op 0493 - 331485 of via w.rhoe@gca.nl.
|
Publicatiedatum: 25-10-2011